De tijden veranderen, zong Bob Dylan, maar is dat wel zo? Wappies zijn van alle tijden, zegt WIDO SMEETS, net als de wokies trouwens, de moralisten die ons vertellen hoe te denken.

Dat we onszelf en de tijd waarin we leven voortdurend overschatten, mogen we onszelf best vergeven. Ook de wokies en de wappies die nu hun fijnste uren beleven, zijn van alle tijden.

Op de Vlaamse radio hoor ik een presentator vertellen over het optreden van Bob Dylan in de Royal Albert Hall in London in mei 1966. Het concert is vereeuwigd op deel vier van de befaamde Bootleg Series – sommigen houden vol dat de opnamen eigenlijk van een week eerder zijn, van het concert in de Free Trade Hall in Manchester.

So be it. Het optreden was legendarisch. Net als de tournee. 1966 was het jaar dat Dylan van akoestisch overstapte op elektrisch, van folk naar rock ‘n roll. Nogal wat fans waren daar niet blij mee; folk-liefhebbers waren de wokies van de jaren zestig. Zij hadden rock’ n roll als ‘commerciële muziek’ geclassificeerd, wie zich daaraan bezondigde heulde met de kapitalistische vijand.

De breuk is ook op de plaat voelbaar. Na een akoestische set schakelt Dylan over op elektronisch, begeleid door The Hawks – die later zelf furore maakten als The Band. Er klinkt applaus, er wordt boe geroepen en gefloten. Na One Too Many Mornings, met de frase

‘When everything I’m saying
You can say it just as good
You’re right from your side
I’m right from mine’

klinkt applaus, maar er wordt ook boe geroepen en, steeds harder, zo lijkt het, gefloten.

Iemand uit het publiek roept ‘Judas!’. Dylan antwoordt: ‘I believe you, you liar, you fuckin’ liar.’ Dan draait hij zich om naar The Hawks, roept ‘play it fuckin’ loud’ en levert misschien wel zijn beste versie ooit af van Like a Rolling Stone, waarin zijn snerende stem duelleert met het jankende orgel van Garth Hudson.

Dat was wat: Bob Dylan die, op het toppunt van zijn roem, door zijn fans live werd uitgekotst. Hij werd gecanceld waar hij bij stond. De moed waarmee hij als 24-jarige het publiek op zijn nummer zette, zou je dezer dagen de slachtoffers van de wokies en de wappies toewensen.

Als het kan, tenminste. Soms kunnen ze zich niet verdedigen. Zijn ze al dood. Zoals de oprichters van Bauhaus die onlangs, met de beweging die ze in gang zetten, naar de vuilnisbelt van de geschiedenis werden verwezen. Want ja, als de geschiedenis wordt herschreven, moeten de doden het ontgelden. Van hen valt geen snerende ‘you fuckin’ liar!’ te verwachten.

Dit jaar verschijnen twee biografieën van Philip Roth, de schrijver die de laatste jaren wordt geframed als vrouwenhater – zijn literaire kwaliteiten doen er niet meer toe. Naar verluidt staat de woke-afdeling van #MeToo te trappelen om hem postuum af te maken; bij leven en welzijn zou Roth er een verrukkelijk boek over hebben geschreven.

De wokies en de wappies, ze zijn van alle tijden, ze komen uit hoeken en gaten. De vertaling van Amanda Gormans gedicht The Hill We Climb werd gecanceld omdat de beoogde vertaler volgens de nieuwe woke-wetgevers niet over de juiste huidskleur beschikt. Het kom me voor als racistisch.

Vorige week werd bekend dat uitgever en vertaler van De hel uit De goddelijke komedie van Dante in een een-tweetje hebben besloten een passage over de profeet Mohammed te schrappen. Het gaat om een vertaling voor jongeren, kennelijk is die in handen geraakt van wokies die bang zijn voor de jihadisten. Voor je het weet ligt het onthoofde lichaam van een leraar op straat, en dat wil niemand.

Moeten de tere moslimzieltjes daar maar tegen kunnen dan? Ze zijn er in elk geval jong genoeg voor. Het probleem zit deels bij de ouders, én bij de kerkelijke leiders die ze volgen. Ik herinner me dat ik als puber, Bob Dylan speelde toen al járen elektrisch, en hij was fuckin’ goed toen, in de bijbel van mijn ouders op zoek ging naar het Hooglied, een als erotisch omschreven vers waar een leraar op school vol vuur over had gesproken. Het stond er niet in. Geschrapt door de katholieke leiders, wokies die de tekst niet geschikt achtten voor de beminde gelovigen.

Graag zou ik de gewraakte passages uit De hel citeren, ware het niet dat mijn exemplaar van De  goddelijke komedie, de prozavertaling door Frans van Dooren, in een verhuisdoos staat waar ik niet bij kan. Ik stel voor dat u er even zelf voor naar uw boekenkast loopt. Of anders op YouTube kijkt, zoekwoorden: Roberto Benigni en Dante.

Dan ziet u hoe Benigni, een gelauwerd regisseur en verklaard Dante-liefhebber, in 2006 op het plein voor de Santa Croce-kerk in Florence dertien lange zomeravonden in augustus voordroeg uit De goddelijke komedie. Uit het hoofd, vaak improviserend en voorzien van eigen interpretaties. Alle dertien voordrachten waren uitverkocht; 55.000 mensen kwamen een avond lang luisteren naar fragmenten uit een middeleeuws gedicht.

Willen we de vrijheid om dat onbevangen te kunnen blijven doen – of te laten – behouden? Of willen we dat de angstigen en de puriteinen, de wappies en de wokies, bepalen wat we mogen lezen?

The Times They are a-changin’, dat zong Bob Dylan ook nog. Het zal me benieuwen.

WIDO SMEETS