Timo de Rijk, directeur van het Design Museum Den Bosch, en Hans Gubbels, directeur van Museumplein Limburg in Kerkrade, schrijven op deze plek een wisselcolumn over design en andere zaken.

Ik ken Sonny Rollins niet vanwege zijn geweldige jazzmuziek, maar door zijn saxofoonsolo op een liedje van de Rolling Stones. De man is een monument, jazzvrienden vinden me onderontwikkeld, maar het is niet anders. Een poosje geleden was Rollins in het nieuws omdat spectaculaire opnamen van hem waren opgedoken die hij in 1967 in Nederland had gemaakt. Ter gelegenheid daarvan gaf Rollins een zeldzaam interview, hetgeen gezien zijn leeftijd – de man is uit 1930 – iets uitzonderlijks is.

Sonny Rollins leek me een innemende man, die mild over zijn bijzondere en soms problematische leven sprak en in het interview terugkwam op het moment dat hij die solo voor Waiting on a Friend inspeelde. Het was geen onverdeeld fijne herinnering. De taxi kon de opnamestudio niet vinden, Rollins was te laat voor de opname, de Stones waren helemaal niet aanwezig, behalve dan Mick Jagger, die de ongeduldige rockster uithing. Nou had Rollins het sowieso al niet op de Stones zei hij in het interview, rock was niet zijn muziek en op de Stones was hij al sinds de sixties boos. Ze hadden naar zijn idee de blues van de zwarte gemeenschap gestolen om er zelf populair mee te worden en heel veel geld mee te verdienen.

Ik had Rollins graag van repliek gediend. Zonder kennis van jazz en eigenlijk ook niet van blues, wist ik zeker dat de Stones met de zwarte muziek wel even iets anders hadden gedaan dan de traditionele muzikanten van de Mississippi delta. Hadden Keith Richards en Mick Jagger elkaar niet leren kennen door hun gedeelde en oprechte liefde voor Robert Johnson en John Lee Hooker? En hadden ze later toen ze beroemd waren en het pay back time was, Muddy Waters niet zelf in hun voorprogramma gevraagd, zodat hij zijn schoonmaakbaantje vaarwel kon zeggen?

Tsja, allemaal waar, en ik ben er van overtuigd dat cultuur een steeds doorgaand proces is van lenen en gebruiken, van allerlei vormen van toe-eigening zoals dat in kunst-kritisch jargon heet. Maar was het in dit geval niet zoiets als overtuigd zijn dat zwarte piet niet racistisch bedoeld is, maar dat anderen dat echt heel anders kunnen ervaren..?

TIMO DE RIJK

 


Dit artikel is onderdeel van ZL Podium en valt buiten de verantwoordelijkheid van de hoofdredactie.