Een jaar of vijf geleden was Nederland in de ban van de creative industry. Onder het motto ‘nieuwe ideeën in oude gebouwen’ spanden steden zich in om industrieel erfgoed te redden. In Maastricht werd eind 2007 bij cementfabriek Enci een fabriekshal ingericht als ‘creatieve broedplaats’. Wat is er drie jaar later over van de ambities van toen? “Het is weer de gebruikelijke top-down benadering.”

“Een tijdlang heb ik echt geloofd dat het ging lukken. Zeker toen vanuit het  theater Fons Dejong de schouders eronder zette, met zijn enthousiasme en gastvrijheid. Toen hij in 2008 rondom Ainsi met het festival Zomeravonden begon, dacht ik: ja, dit wordt dé creatieve plek van Maastricht. De enige reserve die ik had, waren de financiën. Zo’n concept kan nooit kostendekkend kan zijn.”

Karel Janssen is een kritisch volger van Ainsi. Als hoofd van het Expertisecentrum Creative City bij de Hogeschool Zuyd had hij bij de start in 2007 de nodige kritiek op het concept, en liet die horen ook. Maar zijn stem verstomde in de van diverse kanten aangevoerde jubeltonen. “Als je er niet doorheen komt, moet je je verlies nemen”. Dat viel hem niet moeilijk toen Fons Dejong met zijn programmering in 2008 en 2009 respectievelijk 25.000 en 35.000 bezoekers binnenlokte. Op andere plekken in het vier verdiepingen tellende gebouw ging het wat minder crescendo, maar dat onttrok zich aan het oog.
Op de afdeling cultuur van de gemeente Maastricht was Ainsi een jaar of vijf geleden een ‘majeur dossier’, het idee om in 2018 Culturele hoofdstad van Europa te worden, was nog niet geboren. Richard Florida’s ideeën over de creatieve industrie gingen er in die tijd nog in als zoete koek. Met dank aan staatssecretaris Medy van der Laan, een van zijn trouwste fans. In elke stad waar ze op werkbezoek kwam, lag Florida’s bestseller The Rise of the Creative Class op het bureau van de wethouder. Zo ook in Maastricht, waar een leegstaande fabriekshal van cementfabrikant ENCI tot ‘creatieve broedplaats’ werd aangewezen. Karel Janssen herinnert zich een voor de gelegenheid georganiseerd feestje in de hal, met Van der Laan als eregast en een voor de gelegenheid opgevoerd toneelstuk getiteld  Mens aan de Maas.
Najaar 2007 gingen de deuren van cultuurhuis Ainsi open – de nogal gekunstelde afkorting staat voor Art Industry Nature Society Innovation. Fonetisch moet AINSI klinken als ENCI in het Frans, zoals de afkorting NC (van New Creatives) een Engelse uitspraak moet doen vermoeden. New Creatives, een stichting die jonge ondernemers onderdak en coaching verschafte, huurde de bovenste verdieping van Ainsi, maar ging al snel ter ziele. Het concept was te ambitieus, de huren te hoog.
Ook in het voortraject waren al wat zaken misgegaan. Partijen als Marres en de Muziekgieterij bedankten voor de eer: het langs het kanaal richting Lanaye (B) gelegen complex zou te weinig voeling hebben met de stad. Om dezelfde reden is het op de begane  grond geplande grand café er ook nooit gekomen. De perifere ligging had ook zo haar  pluspunten. De Stichting Ateliers Maastricht (SAM) richtte op de tweede verdieping vijftien kunstenaarsateliers in, en op de eerste etage zag het Theater aan het Vrijthof (met Fons Dejong als aanjager) wel kansen voor een programmering van kleinschalig theater en dans.
Ainsi werd financieel ‘gedragen’ door diverse partijen (zie kader). Ook de Stichting Boei, landelijk hoeder van industrieel erfgoed, investeerde in de hal. Na het echec met New Creatives nam Boei de exploitatie over van de bedrijfsruimten op de derde verdieping, in de top van het gebouw, waar startende ondernemers konden genieten van prachtig vergezicht  over de Maasvallei, tot diep in België. De wereld lag er aan hun voeten.

Inmiddels is het 2011, de wereld van 2007 is niet meer. Hoe is het vier jaar later met Ainsi, met de ambities, de huurders, de vergezichten?
Vooral de publieke functies van het gebouw deden het goed – totdat de gemeente Maastricht in 2010 na twee uit ad hoc fondsen betaalde edities niet wilde investeren in het  rondom Ainsi opgezette Zomeravonden-festival. Onbegrijpelijk, oordeelt Karel Janssen: “Alle bij jonge makers gewekte verwachtingen konden zo de prullenbak in. Hoe kun je dit laten gebeuren als je de ambitie hebt om Culturele Hoofdstad te worden?”
Laten we 3,5 jaar na de start de vier verdiepingen van het gebouw eens doorlopen, van beneden naar boven.

Begane grond

“We zitten hier prima”, zegt Wim Ortjens van Regiobranding Zuid-Limburg. Hij houdt kantoor pal naast de entree, in een ruig, maar sfeervol onderkomen met zwaarbetonnen skelet en hoge plafonds dat herinnert aan het industriële verleden van het gebouw. Ortjens: “Er is ruime parkeergelegenheid, en dat vinden gasten prettig. Jammer dat het grand café er niet is gekomen.”
Het op de begane grond voorzien grand café zou volgens de plannenmakers uit 2007 een (ver)bindende factor kunnen zijn tussen gebruikers en bezoekers van AINSI. Mensen uit de horeca zagen er echter geen brood in, en de ruimte stond sinds 2007 leeg. Af en toe was er een expositie, met wisselend succes. Sinds kort biedt de ruimte onderdak aan Tulser, een adviesbureau dat qua verschijningsvorm en werkterrein niet onmiddellijk doet denken aan cultureel ondernemerschap en creatieve industrie.

Eerste verdieping

Het kantoor van Fons Dejong, aanjager en het gezicht van Ainsi, staat sinds enkele maanden leeg. Omdat de gemeente maar bleef talmen met de beloofde ondersteuning voor 2011,  haalde zijn baas Jacques Giesen hem in januari terug naar het Theater aan het Vrijthof. “Dat mag gerust als een statement worden opgevat”, zegt Giesen. “Niemand bij de gemeente voelde zich verantwoordelijk”, zegt Dejong, die in december nog een bonus op zijn salaris kreeg als beloning voor zijn werk bij Ainsi.
Naast het theater zou Gemaal zijn intrek nemen, een samenwerking tussen Genk, Eupen, Maastricht en Alsdorf. Via de EU-regeling Interreg kwam er 440.000 euro binnen, maar toen na anderhalf jaar het Europees geld op was, lieten de vier steden het verder afweten. Inmiddels herinnert alleen een naamsvermelding op de deur aan het bestaan van Gemaal.
Fons Dejong komt gemiddeld nog één keer per week in Ainsi, voor het vaste theaterprogramma. De verdieping staat leeg, ook de verhuur aan derden is stilgevallen. Na de 35.000 bezoekers in 2009 zal de teller dit jaar op zo’n 10.000 blijven steken: de bezoekers van eerder geprogrammeerde theatervoorstellingen. Dejong: “Ik kom er zo weinig mogelijk. Het doet me te veel pijn.”

Tweede verdieping

“Het wordt een kort dagje vandaag”, zegt kunstenaar Paul Drissen glimlachend als hij tegen tienen de trap oploopt – de lift is defect – naar de tweede etage. “Vanmiddag ga ik naar de Tefaf.” Drissen is een van de vijftien kunstenaars die via de Stichting Ateliers Maastricht (SAM) een werkruimte huurt in Ainsi. Hij heeft het er uitstekend naar zijn zin. “Ik kan hier goed werken. Alle vijftien ateliers zijn bezet, vooral door de lage huurprijs. Er gebeurt verder weinig hier, maar je moet zo’n plek ook de tijd geven. Kom hier over tien jaar nog maar eens terug.”
Qua bezettingsgraad heeft SAM-voorzitter Jean Dols met een honderd procent score  weinig reden tot klagen. “Maar van het dynamisch geheel en de mogelijkheden tot cross overs die ons vier jaar geleden werden voorgespiegeld, is weinig terechtgekomen. Die ambities zijn eigenlijk verdwenen met het uitdoven van de theaterfunctie. Zo nu en dan is er een bijeenkomst of een congresje, maar dynamisch kun je het hier niet noemen.”

Derde verdieping

In de aan een ziekenhuis in de jaren dertig (gele tegeltjes, laag plafond) herinnerende smalle, lange gang op de derde verdieping heerst een diepe stilte. Hier en daar wordt gewerkt, maar de helft van de veertien studio’s staat leeg. “En er is veel verloop”, zegt een van de huurders.  Wellicht heeft het te maken met de valse start van het incubator-concept waarmee New Creatives de eerste jaren startende culturele ondernemers wilde begeleiden. “New Creatives had helemaal niets te maken met creatieve industrie”, zegt Karel Janssen. “Alleen het idee al dat een startend bedrijf in drie jaar verplicht moest doorgroeien naar vier arbeidsplaatsen, om dan plaats te maken voor een ander bedrijf: zo werkt het natuurlijk niet.”
“Niets gaat vanzelf”, is de laconieke reactie van Arno Boon, directeur van de Stichting Boei die in Nederland 38 projecten als Ainsi in portefeuille heeft. “Het mislukken van zo’n concept komt meestal door een combinatie van factoren. Het is in dit land de communis opinio dat het leven zonder risico is en alles vanzelf moet gaan. Zo is het natuurlijk niet. Vandaar dat we het Nederlands gezegde ‘bezint eer ge begint’ hebben omgedraaid: ‘begint eer ge bezint’. Niks doen betekent ook geld uitgeven.”

Toch stond begin februari ook Boons handtekening onder een brandbrief aan wethouder Costongs over de passieve houding van de gemeente en de dreigende mislukking van Ainsi als ‘creatieve broedplaats’. Initiator was Jan Bolk, een van de Ainsi-huurders. Ook Jean Dols van SAM was van de partij. De kritiek ging over niet nagekomen beloften omtrent gebouw en omgeving, over het uitblijven van een gemeentelijke visie, over niet-beantwoorde brieven en ambtelijke bureaucratie. Als de ‘curatele’ van de theateractiviteiten niet wordt opgeheven, aldus de briefschrijvers,  en  niet meer dynamiek ontstaat, is het Ainsi-concept ten dode opgeschreven. De brief eindigt met aanbevelingen: er moet (eindelijk) een gemeentelijke visie komen, een manager en een ambtenaar bij de gemeente als contactpersoon die verantwoordelijkheid toont én beslissingsbevoegd is.
Bij de gemeente lijkt de verantwoordelijke ambtenaar Paul Lambrechts zich van geen kwaad bewust. “Dat de gemeente Ainsi aan het doodknijpen is, is grote flauwekul. Ik weet niet waar die mythe vandaan komt. In 2011 steken we weer 100.000 euro in de programmering. En dat het theater Fons Dejong terughaalt, is interne bedrijfsvoering. Daar gaan wij niet over.”
Bovendien, zegt Lambrechts, is de toestand in 2011 een andere dan die van vier jaar geleden. “In de beginfase droomden we van een verzelfstandiging van de eerste verdieping, van een autonoom Ainsi. Dat is niet gelukt, we moeten het project binnenboord houden. Dat gaat niet een, twee, drie, hier en daar zullen we moeten terugschakelen.”
Van de kritische brief van de huurders zegt Lambrechts geen weet te hebben, wel “dat het mogelijk is dat die brief na overleg met wethouder Costongs niet verstuurd is”. Briefschrijver Jan Bolk heeft een ietwat andere versie: “Lambrechts zei tegen me dat het zéér onverstandig zou zijn die brief te posten. Vervolgens heb ik een e-mail gestuurd naar wethouder Costongs.” De brief (waarvan ZL een kopie heeft) is uiteindelijk niet verstuurd. Costongs heeft Bolk laten weten de huurders graag te willen toespreken omtrent de gemeentelijke plannen rond Ainsi. Bolk: “Het is weer de gebruikelijke top-down benadering, hetgeen neerkomt op wachten-wachten-wachten. Terwijl we juist nu de kansen moeten zien te benutten.”
Directeur Arno Boon van Boei, die de brief aan de wethouder uiteindelijk niet wilde ondertekenen: “In het lokaal bestuur in Nederland is het vaak zo dat als iets wordt bedacht en uitgevoerd, en dan onverhoopt tegenvalt, iemand moet hangen. We willen toch zo graag een kenniseconomie? Daarvoor zijn plekken als Ainsi bij uitstek geschikt: hier kun je pionieren, over sectoren heenkijken, elkaar vinden waar kansen liggen. Dat is overal aan de hand, niet alleen in Maastricht.” En dat het niet van de ene dag op de andere gaat, het zij zo. Boon: “We hebben enige ervaring op dit gebied. Op de ene plaats gaat het als een tierelier, in Maastricht gaat het wat moeizamer. Maar ik heb er nog alle vertrouwen in, ook in de positie die de gemeente inneemt.”

Bij de gemeente maakt Paul Lambrechts een al even onverstoorbare indruk. Alle kritiek ten spijt is Ainsi in zijn beleving in fase 2 terechtgekomen, en kan nu bruggenhoofd gaan fungeren tussen stad en de Enci-groeve, die de komende jaren een nieuwe functie krijgt. “Bijna het hele gebouw is gevuld, en het theater kan blijven programmeren.” Maar het blijft mager, het podium op de eerste verdieping als enige publiekstrekker. Bovendien kan over een jaar of twee, als de Timmerfabriek er is met een eigen middenzaal, de situatie weer totaal anders zijn. Lambrechts erkent dat: “Die twee kunnen elkaar bijten, en er kán een verschuiving optreden richting Timmerfabriek. Het is aan ons die situatie te verkennen, we moeten daarbij ook out of the box durven denken.”
Tegelijkertijd wordt bestuurlijk naarstig gezocht naar mogelijkheden om Ainsi overeind te houden. De stationering van een Euregionaal Dansplatform zou een mogelijkheid kunnen zijn, en er zijn gesprekken gaande om het Festival Zomeravonden in ere te herstellen. Zal Fons Dejong, wiens expertise toevallig op dansgebied ligt, binnenkort zijn kantoortje in Ainsi weer gaan bemannen? Hij twijfelt. Misschien als de manager die door de briefschrijvers wordt aanbevolen? Dejong: “Zo’n gebouw heeft zeker een manager nodig. Maar wie betaalt dat dan weer?”

Ainsi kostte vijf miljoen

Cultuurhuis AINSI heeft tot nu toe ruim vijf miljoen euro gekost. Dat bedrag is als volgt opgebouwd:
Enci            900.000 opleverkosten
Maastricht  950.000 bouwkosten
375.000 exploitatiekosten
Provincie     950.000 bouwkosten
EZ             100.000 bouwkosten
EU              440.000 Gemaal
Boei              1,3 miljoen bouwkosten
De Stichting Boei, eigenaar van Ainsi, heeft sinds 2007 naar eigen zeggen een exploitatietekort op het complex van “enkele tienduizenden euro’s per jaar.”