Alle witte studenten naar buiten. Dit hoorcollege is alleen voor gekleurde studenten’.  Zo stuurt docente Saraswati de witte studenten bij haar college Postkoloniale studies de deur uit.

Wablief, denkt u?

Ik dacht hetzelfde.

De scène speelt zich af in het boek Identitti van de Duitse schrijfster Mithu Melanie Sanyal dat ik als podcast beluister. De auteur laat me de situatie door de ogen van twee verschillende personages beleven: de hoofdpersoon Nivedita, die als gekleurde student met een gevoel van erkenning en trots blijft zitten, en haar witte huisgenote Lotte die totaal ontredderd de collegezaal verlaat.

Ik zit in het gras in een park in Genk en denk aan de passage in de podcast. Het is niet zomaar een park, ik heb in het poortgebouw entree betaald en er een vriendelijk Vlaams pratende audiogids voor meegekregen. Ik ben in Labiomista, het op de restanten van een oude dierentuin opgetrokken ‘evoluerend kunstwerk’ van Koen Vanmechelen, wereldwijd bekend vanwege zijn eindeloze kruisingen van kippenrassen. Hij deed dat al voor het begrip ‘diversiteit’ ons taalgebruik binnenkwam.

In Labiomista, een beeldenpark slash dierentuin slash kunstenlaboratorium, gaat Vanmechelen door op de ingeslagen weg: diversiteit ontwikkelen door kruising. Labiomista staat voor ‘mix van het leven’; Vanmechelen ziet kruisen en mengen als een praktische én een morele noodzaak. ‘Elk organisme heeft een ander organisme nodig om te overleven.’

Vanaf mijn plekje in het gras heb ik zicht op een meertje. Aan de oever staat een grote volière, bewoond door twee koppels zwarte ooievaars. Nóg, zo lees ik op een bord. De vogels werden elders in Europa in gevangenschap geboren en zullen over een tijdje, als ze gewend zijn aan de Genkse sferen, worden vrijgelaten zodat ze even verderop, in natuurpark Hoge Kempen, een nieuw thuis gaan vinden. Mijn brein, na twee uur volledig Labiomista-gebrainwashed, roept: zodat ze daar baby-ooievaars gaan maken met witte ooievaars! Mijn fantasie gaat er lekker op los: grijs gestippelde ooievaars, zebra ooievaars, ooievaars in hanenpoten motief, enzovoort.

Aan de vogels zal het niet liggen. Voor de volière heeft zich een handvol witte ooievaars verzameld. Een van hen stapt dicht langs het gaas, aandachtig glurend naar zijn zwart gepluimde vrienden.

Of zou hij helemaal niet geïnteresseerd zijn in de nieuwkomers, maar gewoon willen checken of zijn gekooide collega’s daarbinnen een beter leven hebben? Zitten er smakelijker kikkers? Zijn er mooiere takken? Is er een beter uitzicht op het meertje?

Voor Lotte, de witte studente in het boek van Sanyal, gingen de deuren van de collegezaal achter haar dicht. Had ik er gezeten, dan was het ook mijn lot geweest. Het fijne van een roman is dat je ergens kunt zijn waar je normaal gesproken geen toegang hebt.

Door de ogen van Nivedita, zij mag immers blijven, bekijk en bewonder ik haar rolmodel, de docente Saraswati – tot de dag waarop blijkt dat Saraswati van huidskleur is veranderd. In een eerder leven was zij namelijk wit. Denk aan de switch van Michael Jackson, maar dan andersom.

Zo draaien Sanyal, in haar boek, en Vanmechelen, in zijn etnisch gemengde dierentuin, monter aan ons kleurencarrousel. Ik word er een beetje duizelig van.

Dan doorzie ik de truc: zolang het draait, kun je niet focussen op één kleur.

CHRISTIANE GRONENBERG

7 mei 2021