In zijn blog denkt WIDO SMEETS terug aan Kahlil Josephs tentoonstelling New Suns in het Bonnefanten, twee jaar geleden, en de raps van Kendrick Lamar die daar door de zalen knalde. En aan Tom Goossen, de betreurde alleskunner die de expositie mee inrichtte.

Er is een biografie uit over Kendrick Lamar en mijn hoofd loopt over. In plaats van het boek te bestellen, loop ik naar mijn platenkast (waar amper tien rapplaten te vinden zijn) en haal Damn. te voorschijn.

De muziek van Lamar (33) leerde ik kennen in de daarvoor best denkbare omgeving: de overzichtstentoonstelling New Suns van filmmaker en videokunstenaar Kahlil Joseph (39) in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Het was eind 2017, het jaar dat Damn. uitkwam. Zelden heeft een expositie me zo omvergeblazen als New Suns.

De tentoonstelling, een non-stop blender van film, muziek, beeldende kunst en fotografie, beschreef de wereld van jonge, zwarte Amerikanen, van de rauwe actualiteit waarin ze verkeren tot en met de dromen die hun leven draaglijk maken. Nu ik de slepende, met meanderende melodieën doorweven raps van Lamar uit mijn luidsprekers laat knallen,

Don’t judge me, my mama caught me with a strap
Don’t judge me, I was young, fucking all the brats
Don’t judge me, aimin’ at your head for a stack

Hoef ik mijn ogen maar te sluiten om me terug te beamen naar die orkaan van filmbeelden en muziek. In die herinnering kom ik geen enkele blanke tegen.

Volgens zijn biograaf Michael J. Moore was Lamar (ik citeer uit een recensie in NRC) een ‘schuchtere jongen’, omgeven door ‘zwarte mannen die moesten doen wat nodig was om te overleven’. Sinds de beelden van door politiegeweld omgekomen zwarten en de daarna losgebarsten Black Lives Matter-campagne weten we wat we ons daarbij moeten voorstellen.

Compton, de voorstad van Los Angeles waar Lamar opgroeide, werd geterroriseerd door twee rivaliserende bendes. Dodelijk geweld was aan de orde van de dag. Tijdens de voorbereidingen en opnames van Lamars meest gelauwerde plaat, To Pimp a Butterfly (2015), werden drie van zijn vrienden vermoord. De eerste regel is een sublimatie van zijn gevoelens: Every nigger is a star.

De angst voor de dood was jarenlang Lamars trouwste metgezel. Intussen is de straatwijze woordkunsten, volgens zijn biograaf ‘een vertwijfelde ziel die altijd al een voet op vaste bodem had en eentje in de straten van Compton’, op weg naar onsterfelijkheid. Kenners noemen hem de beste rapper van zijn generatie. Voor mij is hij een reïncarnatie van Marvin Gaye.

Het is niet alleen de door mijn huis knallende raps van Damn. waardoor mijn hoofd overloopt. In dat hoofd zijn Lamar en zijn kompaan Kahlil Joseph geketend aan Tom Goossen, indertijd tentoonstellinginrichter bij het Bonnefanten. Hij was het, die samen met Kahlil Joseph, de tentoonstelling New Suns tot een Black Lives Matter-statement maakte nog voor die beweging op gang kwam.

Tom verleidde een twintigtal Surinaamse en Antilliaanse pot-rokers om naar Maastricht te komen waar ze tijdens de opening van New Suns een live performance verzorgden waarin ze, chillend en rokend, een bijna letterlijke afspiegeling waren van een boven hun hoofden getoonde video van Kahlil Joseph.

De opmars van Black Lives Matter heeft Tom niet meer meegemaakt. Een half jaar na New Suns viel hij letterlijk dood neer, tijdens zijn werk in het Bonnefanten. Niet alleen daar wordt hij nog elke dag gemist.

WIDO SMEETS