Vijftig miljard euro maar liefst wordt uitgegeven om van de Russische grensstad Sotsji een droomlocatie te maken voor de komende Olympische Winterspelen. Fotograaf Rob Hornstra reisde vijf jaar door de regio en toont in zijn foto’s de keerzijde: armoede, geweld, wetteloosheid en corruptie. Met als gevolg dat hij Rusland niet meer in mag.

Vroeg of laat moest het gebeuren. Begin oktober kreeg fotograaf Rob Hornstra te horen dat zijn verzoek voor een Russisch visum was afgewezen. Hij stond op het punt af te reizen naar Moskou om daar samen met journalist Arnold Van Bruggen de tentoonstellingsopening bij te wonen van The Sochi Project. ‘Overtreding van de wet’ luidde de obligate reden voor de afwijzing. Het consulaat in Den Haag zweeg in alle toonaarden. Een week later werd de tentoonstelling in Winzavod, centrum voor hedendaagse kunst, afgeblazen.

Het Moskouse publiek wordt onthouden wat nu te zien is in het FoMu in Antwerpen en, binnenkort, in Huis Marseille in Amsterdam: exotische danseressen van middelbare leeftijd in treurig stemmende clubs, zwaar bewapende jihadisten, verveelde veteranen met een drankprobleem, jongeren met ambitie maar zonder toekomst, wezen, keuterboertjes, tienermoeders, bolbuikige toeristen en corrupte ambtenaren. Portretten van bewoners van de regio rond Sotsji, dicht op de huid en onontkoombaar, afgewisseld met beelden van de stadions waar in februari de 22ste Olympische Winterspelen worden gehouden. Het is de schaduwkant van een megalomaan prestigeproject – geraamde kosten tot nu toe: vijftig miljard euro – waarmee president Vladimir Poetin zijn vijftien jaar aan de macht wil bekronen.

Het is eigenlijk een wonder dat Rob Hornstra (Borne, 1975) nu pas uit Rusland wordt geweerd. The Sochi Project loopt namelijk al vijf jaar en heeft in die tijd een stroom publicaties, tentoonstellingen, posters en een website opgeleverd. “Arnold kwam met het idee, meteen nadat bekend was geworden dat Sotsji was uitverkoren voor de Winterspelen”, vertelt de fotograaf. “Dat is zo’n krankzinnig gegeven, daar moest wel een goed project in zitten.

“Sotsji heeft een subtropisch klimaat. Het is een verlopen badplaats. En het ligt ingeklemd tussen Abchazië, Dagestan, Tsjetsjenië, Georgië: een gebied vol armoede en gewapende conflicten. Er zijn wel tien locaties in Rusland aan te wijzen die geschikter zouden zijn voor de Winterspelen dan Sotsji. Het is niet te verklaren waarom het IOC dit heeft goedgekeurd. Als twee jongens in 2008 al konden voorspellen dat dit geen goede keuze was, dan kon het IOC met al haar researchafdelingen dat zeker. Ik kan maar één conclusie trekken: er is omkoping in het spel geweest.”

Met de Winterspelen heeft hij hoegenaamd niets, maar als tiener was Hornstra al wel gek van schaatsen. Als fanatiek amateurfotograaf stond hij in Thialf te klikken en op dertienjarige leeftijd had hij zijn eerste foto gepubliceerd in de regionale krant. Zijn ouders verboden hem naar de kunstacademie te gaan, een studie Sociaal Juridische Dienstverlening was het alternatief, met aansluitend een baan bij de reclassering. Toch bleef het kriebelen en Hornstra schreef zich in bij de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht waar hij in 2004 cum laude afstudeerde in Fotografische Vormgeving.

Rob Hornstra noemt zichzelf activist noch journalist. “Activisten hebben de ambitie hun mening op te leggen en iets te veranderen, het stoppen van olieboringen bij de Noordpool bijvoorbeeld. Arnold en ik laten het oordeel altijd over aan de kijker, maar tegenover de propaganda van Poetin zetten wij een ander beeld. Achter die façade van lachende Russische meisjes en glimmende stadions waar Sven Kramer zo meteen medailles wint, zit een andere werkelijkheid.”

Documentairemaker is Hornstra, maatschappelijk geëngageerd en met een antropologische blik. Zijn stijl, door hemzelf als ‘onopgesmukt’ getypeerd, is daar een uitvloeisel van. “Ik wil met fotografie mensen een verhaal binnentrekken. Je moet dan dicht blijven bij wat het is, anders verneuk je het verhaal. Ik probeer daarom foto’s te maken die de werkelijkheid tonen zoals je die ziet. Daglicht werkt snel romantiserend. Schaduw flits ik weg. Ik neig naar studiokwaliteit.”

Hornstra werkt met een analoge grootbeeldcamera, die bewerkelijk is in gebruik maar haarscherpe beelden levert. “Geef mij een digitale camera en ik schiet duizend foto’s per dag. Die grootbeeldcamera dwingt me enorm geconcentreerd te werken. Het liefst fotografeer ik interieurs. Een krakkemikkig plafonnetje, koffiekopjes, een versleten kleed – die details op de achtergrond zeggen veel over de mensen op de voorgrond. Rekwisieten neem ik nooit mee en ik ensceneer niks, dat zou nep zijn.”

In tegenstelling tot wat de naam suggereert, vergt Hornstra’s versie van slow photography een vermogen tot razendsnel beslissen. “Als je on the road bent en je ziet iets moet je meteen ‘stop!’ schreeuwen, of je nu op de snelweg zit of niet. Die foto moet je direct maken. Je kunt misschien wel later teruggaan, maar het wordt nooit beter. Dat is de magie van fotografie, van het moment. Je bent overgeleverd aan het toeval en je moet dus altijd in opperste staat van paraatheid zijn om toe te slaan.”

Op een moment dat voordekunst.nl nog uitgevonden moest worden en Kickstarter in de kinderschoenen stond, pionierden Hornstra en Van Bruggen op het gebied van wat later crowdfunding is gaan heten. Voor de eerste reis naar de Kaukasus in maart 2009 belegden Hornstra en Van Bruggen een bijeenkomst voor private investeerders, vijftig man in een tent op het fotofestival van Naarden. De lijst donateurs telt inmiddels meer dan 650 namen.

“Het was een nieuwe manier van werken en wij dachten zo beter onafhankelijk te kunnen opereren”, vertelt Hornstra. “Voor die vroegste donateurs hebben we een jaarverslag gemaakt, bij wijze van wederdienst. Dat werd Sanatorium, onze eerste publicatie. In het tweede jaar ging het meteen al mis. We hadden zoveel materiaal verzameld, dat konden we niet in een klein boekje kwijt. En dus maakten we Empty Land, Promised Land, Forbidden Land. Daarna konden we niet meer terug.”

De boeken die volgden, konden stuk voor stuk rekenen op enthousiast onthaal. Voor Sochi Singers (2011) kreeg Hornstra een World Press Photo Award, een Sony World Photography Award en een PDN Photo Annual Award. De uitnodigingen voor tentoonstellingen stroomden binnen. Hornstra: “Toen we in één weekend heen en weer reden naar Bratislava en Wenen omdat we daar deelnamen aan fotofestivals, beseften we pas echt wat de omvang was van wat we aan het doen waren. Dit zou best wel eens het allergrootste project van ons leven kunnen zijn. En het klopt ook wel. Tussen de 35 en veertig ben je als documentairemaker op je piek. Je hebt genoeg ervaring maar zit nog niet vast aan gezin en hypotheek. Je kunt een ambitieus project aanpakken en er volle bak aan werken. Dat hebben we dan ook gedaan. Vanaf 2011 zijn we dubbel fulltime bezig geweest met The Sochi Project.”

Sotsji zelf is saai, luidt Hornstra’s oordeel. “Het is een echte badplaats: alles draait om barbecue, zon en drank. In de zomer wordt er gewerkt, in de winter slaapt iedereen.” Interessanter vindt hij het achterland van de kuststrook die nu wordt opgepoetst voor Poetins Olympische feestje, een zo goed als vergeten hoek van de wereld waar westerlingen zelden komen.

“We gaan altijd op pad met een dubbele agenda. Als je ergens aanklopt en zegt dat je een verhaal aan het maken bent over de geschiedenis van geweld in de Kaukasus, klappen veel deuren dicht. Daarom vertelden we bijvoorbeeld dat we een boek aan het maken waren over de lokale worstelcultuur. Dat is geen cover up, dat boek is ook echt gemaakt, maar via een worstelschool kwamen we terecht bij een mensenrechtenadvocaat. En die bracht ons weer in contact met de vader van een worstelkampioen die was doodgeschoten. Dat is natuurlijk het mooiste, als die verhalen bij elkaar komen.”

Ongevaarlijk is werken in deze regio zeker niet. Terroristen, bandieten en warlords maken de dienst uit, Kalasjnikovs zijn even gewoon in het straatbeeld als bakfietsen in Amsterdam. Tot vier keer toe werd het duo gearresteerd. “Social media kunnen beschermend werken in dat soort gevallen”, zegt Hornstra. “Arnold twitterde altijd meteen als we waren opgepakt. Dat was een soort back-up. Maar de dreiging van geweld is er altijd.”

Toch ademt An Atlas of War and Tourism in the Caucasus, het sluitstuk van The Sochi Project, ook het avontuur van een jongensboek. Op een foto hebben Hornstra en Van Bruggen zichzelf geportretteerd met joekels van politiepetten op hun hoofd, die ze gevonden hebben op het bureau waar ze gevangen zijn gezet. “Natuurlijk scheten we in onze broek, maar met zo’n streek relativeer je de angst. Net zoals je na een verschrikkelijk gesprek met weer zo’n radicale imam naar de eerste de beste bar loopt en een fles wodka achteroverslaat.”

Dat zo’n foto met politiepetten nu in een publicatie terecht is gekomen, is verre van vanzelfsprekend voor Hornstra. “Ik had altijd een paar rigide regels voor mijn werk. De belangrijkste: ik, de maker, ben onbelangrijk. Het gaat om het kunstwerk, het boek. Dat begint bij de cover en eindigt op de achterflap, en mijn naam mag alleen op de rug voorkomen. Biografieën of beschouwende teksten zijn uit den boze. Alles moet ten dienste staan van het verhaal. Maar zeker nadat we meerdere keren gearresteerd waren, begon die overtuiging te veranderen. We konden het niet negeren. De manier waarop we door de politie waren behandeld, zegt alles over de regio. Wij zijn onderdeel van het verhaal geworden. Onze naam staat overigens nog steeds niet op de cover.”

“Ik verwacht niet over vijf jaar weer een project van deze omvang af te ronden”, beantwoordt de fotograaf de vraag wat er zal volgen. “Ideeën zat. Ze beginnen om de hoek en gaan tot Cambodja. Maar het zou zomaar kunnen dat ik mijn laatste foto al gemaakt heb.”

The Sochi Project. Van 25 oktober t/m 2 maart in FoMu, Antwerpen. www.fotomusuem.be

Golden Years / Rob Hornstra’s Russia. Van 14 december t/m 9 maart in Huis Marseille, Amsterdam


Rob Hornstra, Arnold van Bruggen – An Atlas of War and Tourism in the Caucasus. Stichting Aperture. www.aperture.org