De hoofdpersoon is zo rot als een mispel, schrijft BEN VAN MELICK over het genadeloze Zelfportret van Herman Teirlinck.  

Soms stuur ik mijzelf berichtjes. Een van jaren her luidde: als je de confrontatie met het slechtste in jezelf aandurft, herlees dan Zelfportret of het galgemaal van Herman Teirlinck.

Zelfportret (1955) is het literaire testament van Herman Teirlinck (1879-1967), romancier, essayist, dichter, toneelschrijver, culturele activist en levenskunstenaar – bijna niemand die hem nog kent, in Nederland althans.

In Zelfportret schildert Teirlinck het portret van een egocentrische, vrouwverliefde, eenzame en broze zeventigjarige Brusselaar uit de betere kringen die veel overeenkomsten vertoont met de schrijver zelf. Toch mag je niet spreken van een ‘geromanceerde autobiografie’, zegt de auteur in het voorwoord, maar dat ‘mijnheer Henri’ eenzelfde gespleten karakter heeft als de schrijver, daarover zijn de geleerden het wel eens.

Een goed boek is nauwelijks navertelbaar. Je kunt de plot reconstrueren, de personages beschrijven, motieven en thema’s verbinden, wat zinnen citeren om de stijl te kenschetsen, maar wat je dan in handen hebt, is een staketsel van uit hun verband gehaalde gegevens, een feitelijk aftreksel van wat het boek is: een kunstwerk van taal.

‘Een man die uitstraalt geslaagd te zijn maar die innerlijk murw is als een aangeslagen bokser, of rot als een mispel.’

In Zelfportret betreft het een man die naar buiten in alles uitstraalt geslaagd te zijn maar die innerlijk murw is als een aangeslagen bokser, of rot als een mispel – ’t is maar hoe je het bekijkt. Een estheet die zichzelf oerlelijk vindt, een hedonist die elke minuut van zijn bestaan bezig is met de situatie waarin hij zich bevindt, hoe anderen voor zichzelf te gebruiken en een omineus verleden uit te schakelen.

Om de schijn van een zelfportret te voorkomen, maakt Teirlinck van zijn hoofdpersoon een bankier en geeft hij hem een exceptioneel verleden. Maar Henri’s grootste zorg is het om de mooie stenotypiste Babette, zijn zoveelste liefje, weer terug te krijgen, niet vanwege de liefde, maar om haar huidige lief Antonides, de protserige eigenaar van een autosalon, op zijn nummer te zetten.

‘Liever geschuwd om mijn waarheid dan gezocht om mijn schijn’

Als lezer raak je verstrikt in de hersenspinsels van de hoofdpersoon. In diens hoofd figureren twee persoonlijkheden, Henri zelf en zijn alter ego, die hem confronteert met zijn leugens, radicale egoïsme en schijnheiligheid. Henri erkent het, maar dat leidt niet tot gedragsverandering. Teirlincks portret van deze man zonder eigenschappen die is  overgeleverd aan wat hij is in de ogen van anderen levert een meedogenloos boek op.

‘Liever geschuwd om mijn waarheid dan gezocht om mijn schijn’ is het motto dat Herman Teirlinck meegaf aan dit literaire testament. Het lijkt eerder van toepassing op de schrijver zelf dan op zijn personage, dat leeft in een wereld van schijn en de waarheid schuwt. De schijn van authenticiteit wordt met opzet onderuit gehaald, waardoor wat literatuur wil zijn, ook genadeloze realiteit is.

Heb ik nu een goed beeld van het boek gegeven? Nee, maar hopelijk heb ik wel de aantrekkelijke complexiteit ervan zichtbaar gemaakt.

BEN VAN MELICK