Ze zijn er wel, maar je ziet ze niet. Modeontwerpers, stylisten, visagisten en fotografen in de Euregio timmeren aan de weg, maar weten amper van elkaars bestaan. Het Modemuseum Hasselt bracht in het project ‘Modemapping’ de Euregionale fashion scene in kaart.  Heeft de regio genoeg troeven in handen? “Mijn collecties zijn zowat in alle Belgische steden te koop, behalve hier.”

Er gebeurt meer dan we dachten

“Het is niet zo dat we onszelf nu ineens willen uitroepen tot moderegio, zoals Antwerpen dat – door veel geld te investeren – heeft gedaan, maar dat wil niet zeggen dat we niet ons best moeten doen de bestaande initiatieven te verbinden en te promoten. Er gebeurt meer dan we dachten en het aanwezige talent heeft behoefte aan zichtbaarheid, contact en samenwerking.

Deze regio heeft potentie genoeg als het om mode gaat. Zo heeft Maastricht de modeafdeling op de kunstacademie en Fashion Clash, Hasselt het Modemuseum, Luik het stylistenplatform MOWDA en Aken staat bekend om technische innovatie van het vakgebied. Ook economisch liggen er kansen. Maar liefst zestig procent van de winkels in Hasselt is mode-gerelateerd, het feit dat merken als Hermès en Louis Vuitton met hun winkels naar Maastricht komen, is veelzeggend. En vergeet niet dat ontwerpers als Martin Margiela, Raf Simons, Veronique Leroy en Elvis Pompilio hier vandaan komen. Door onze nuchtere volksaard laten we te weinig van ons horen. Je moet oppassen voor navelstaarderij, maar we mogen best trotser zijn op het talent uit de regio.”(Kenneth Ramaekers, directeur Modemuseum Hasselt)

We zijn nog niet

erg fashion minded

“In Luik is weinig te beleven op modegebied en de stad verkeert in dat opzicht in artistiek isolement. Als ik iets wil, dan moet ik toch al gauw naar Antwerpen of Brussel. Er zijn hier weliswaar twee modeopleidingen, maar de meeste ontwerpers zijn erg naar binnen gekeerd. De stad Luik heeft weinig oog voor haar modetalent en ik heb het idee dat Luikenaren geen idee hebben van wat plaatselijke ontwerpers te bieden hebben. Mijn collecties zijn zowat in alle Belgische steden te koop, behalve hier. Het Luikse stylistenplatform MOWDA? Ja, dat ken ik wel, maar daar komt weinig uit. Eens per twee jaar organiseren ze een expositie op verschillende locaties in de stad, daarmee heb je het wel gehad. Ik voel me niet verbonden met de Euregio en buiten Luik ken ik eigenlijk weinig modeontwerpers. Alleen bij de show van Fashion Clash in Maastricht, daar ben ik wel eens geweest. Meer samenwerking of een Euregionaal modeplatform juich ik zeker toe, als iedereen de deur dicht houdt, komen we nergens. We moeten ergens beginnen, want echt fashion minded is dit gebied nog niet.” (Céline Pinckers, lingerieontwerpster uit Luik)

Maastricht is nog

lang geen modestad

“Wat zich in Luik en Aken afspeelt? Geen idee. Daarom ben ik blij dat nu inzichtelijk is geworden wie wat doet. Mode is bij uitstek een discipline die interessant is voor Euregionale samenwerking. De modetaal is universeel en ook economisch zijn er kansen. Met Fashion Clash hebben we een podium gecreëerd in de vorm van een evenement en een winkel, waardoor in Maastricht meer aandacht voor jonge ontwerpers is. Het blijft moeilijk, maar ons geploeter begint langzaam vruchten af te werpen. We worden steeds vaker benaderd door bedrijven of instellingen die ons vragen een show of expositie voor hen te organiseren. Het lijkt wel of iedereen ineens iets met mode wil. Opvallend genoeg is er veel interesse vanuit Duitsland, maar het grote Nordhrein-Westfalen heeft, in tegenstelling tot België, niet echt een modecultuur. Buitenstaanders zien Maastricht vaak als een modestad, maar dat is het natuurlijk nog lang niet. Daar is meer voor nodig dan een Hermès-winkel. Het wordt pas interessant als er ruimte komt voor jong talent en initiatieven van onderaf, ateliers en kleine boetieks. Er zijn wel wat modestudenten die hier een bedrijfje starten, maar soms heb ik het gevoel dat deze regio een beetje lui is. Ontwerpers uit Antwerpen of Berlijn gaan als een speer, hier is het vaak nog trekken en duwen voordat iemand in actie komt. Ik zou zeggen: aan de slag! Maastricht kan een echte modestad worden, maar dan hebben we die andere steden hard nodig. Een Fashion Clash in Hasselt in samenwerking met het Modemuseum? Waarom niet?” (Branko Popovic, medeoprichter Fashion Clash Maastricht)

Niet elke creatieveling

vertrekt naar Berlijn

“Aken een modestad? Nou, nee. De mensen hier zijn geen individualisten, ze durven zich niet bijzonder te kleden. Er is wel een handjevol jonge ontwerpers actief, maar op een enkele tassen- of sieradenontwerper na zijn dat vooral productdesigners die aansluiting zoeken bij het bedrijfsleven. Aken verkeert in een vreemde situatie: bijna alle jonge ontwerpers die hier actief zijn, hebben op de Academie voor Beeldende Kunst in Maastricht gestudeerd en voelen zich sterk verbonden met het buurland. Tijdens hun studie hebben ze een Nederlandse manier van denken meegekregen die veel vrijer is dan de Duitse, waardoor het moeilijk is om in hun thuisland aan de slag te gaan. De meesten beginnen daarom voor zichzelf. Lange tijd hadden de gemeente en de inwoners van Aken geen enkel benul van de ontwerpers in hun stad. Ze gingen er kennelijk vanuit dat iedere creatieveling naar Berlijn trok. Om in Aken meer bekendheid te krijgen hebben we ons verenigd in het ontwerpersnetwerk Design Metropole Aachen. Een grapje natuurlijk, want Aken is allesbehalve een designmetropool. Met ludieke acties en guerrillamarketing hebben we voor reuring gezorgd en inmiddels weet de stad van ons bestaan. Netwerken en samenwerkingsverbanden, ook met bijvoorbeeld Fashion Clash, groeien. Maar of de Euregio een hotspot voor mode moet worden, weet ik niet. Zoals gezegd, Aken is geen modestad en de leden van Design Metropole Aachen zijn niet zozeer op mode gefocust. Wij willen vooral laten zien dat in deze regio veel mogelijk is op creatief vlak. Ons motto? It’s hot to live here!

(Patricia Yasmine Graf, ontwerpster en mede-oprichtster Design Metropole Aachen)

Wat gebeurt als

de subsidie stopt?

“Er is hier wel het een en ander gaande op modegebied, maar het is nog behoorlijk pril. Als er gesproken wordt over de Maastrichtse fashion scene denkt men al snel aan Fashion Clash, maar daar voel ik me geen onderdeel van. Dat zij van alles organiseren is goed hoor, maar het gevaar is dat alle aandacht naar één  initiatief gaat. Wat gebeurt er met zo’n club als de subsidie stopt? Een krachtig modenetwerk moet van onderaf ontstaan, vanuit binding met de regio. Anders wordt het een luchtbel. Werken in het grensgebied vind ik interessant, maar dat gaat verder dan mode. Ik voel me meer Belg dan Hollander. Luik is één van mijn inspiratiebronnen, dat rauwe, ongeorganiseerde is zo on-Nederlands. Daar hou ik van. Bovendien, hier hangen we nog niet met de ellebogen in elkaar. Steden als Amsterdam of Berlijn zijn helemaal dichtgeslibd met ontwerpers. De keerzijde is dat hier wel erg weinig bedrijvigheid is. Buiten een tassenontwerper uit Genk, heb ik weinig contact met collega’s uit de regio. Een stimulans in de vorm van een overkoepelend netwerk zou daarom niet verkeerd zijn, vooral om ervoor te zorgen dat een nieuwe lichting ontwerpers hier wil blijven. Nu in beeld is gebracht wat de Euregio in huis heeft, wordt men zich hopelijk meer bewust van het modetalent van eigen bodem. In België is dat bewustzijn overigens groter dan hier. Maastricht kan nog iets leren van de manier waarop steden als Genk en Hasselt hun artistiek talent koesteren.”

(Ellen Truijen, tassenontwerpster uit Maastricht)