door Eva Crutzen

Maandag. Voor veel mensen een symbool voor weerstand. Onder aan de berg staan en omhoog kijken. Zwetend. Anticiperend op de zware klim naar de vrijmibo. Weer een nieuwe week en dus weer vijf dagen verwijderd van het weekend. Maar voor mij geldt: maandag = weekend, weekend = maandag. Dat zorgt voor wat spanningen in de sociale contacten.

Want op zondagavond ben ik er klaar voor. Om erop uit te gaan! Het leven te vieren!

Mijn vrienden daarentegen liggen dan om 21:30 uur zichzelf in slaap te huilen. Ze hebben net de wekker op kwart-voor-veel-te-vroeg gezet en het brood vast uit de vriezer gehaald.

Mijn vrienden en ik, we leven zo’n beetje langs elkaar heen. Dat gaat nu vier jaar zo. En dat komt dan door mij… Vinden zij.

En natuurlijk hebben ze gedeeltelijk gelijk. Ik mis veel verjaardagen, uitbundige vrijdagavonden, vrijgezellenfeestjes etc. Dan probeer ik in huttekutteveen drie dove boeren en hun wereldvreemde vrouwen aan het lachen te krijgen.

Maar ik ben niet de enige schuldige. Ik knipperde vier jaar met mijn ogen en ineens was iedereen zwanger, net bevallen of allebei. Het behoeft geen verdere uitleg als ik zeg dat je met kinderen ook niet de makkelijkste uitgangspositie hebt om spontaan af te spreken met vrienden. Of om tot in de vroege uurtjes ‘Goldstrike’ uit een of andere (mijn) navel te drinken.

Dat is het natuurlijke verloop der dingen. Alles wordt anders en dat is niet per se de schuld van iemand.

Maar je kunt het ook opzoeken. Je kunt van jezelf een moeder maken zonder kind. Een goed voorbeeld daarvan zijn de hondenmoeders. Mijn kinderloze vriendinnen zijn in verschillende gradaties maar zonder uitzondering hondenmoeders. Met een hond in huis nemen is op zich niets mis. Je kunt de stap om kinderen te nemen te groot vinden en je groeiende moedergevoelens voorlopig bevredigen door een puppy aan te schaffen. Maar als je je nieuwe Jack Russel, chihuahua of poedelachtige daadwerkelijk als je kind gaat aanspreken en behandelen, dan is het mis. “Kom eens hier, kom eens naar mamma”. “Kijk eens wat voor lekkers mamma voor je heeft gemaakt.” “Misschien mag tante Eva je straks wel een snoepje geven!” Het is toch een beetje alsof je opeens ziet dat je vriendin achteruitkijkspiegels op een fiets heeft bevestigd en met een bromgeluid door de straat rijdt.

Ik grijns wat ongemakkelijk en voel dat ik moet kiezen tussen twee opties. Óf ik geef mijn vriendin (Elza) met de vlakke hand een snoeiharde klets in haar gezicht óf ik distantieer me van haar hondenmoedergedrag. Ik kies voor het laatste. Ik kies ervoor om haar te laten zijn wie ze is. Om haar ten volle te laten genieten van haar hondenmoederschap.

Dus luister ik met vervangende schaamte naar mijn vriendin. We zitten tenslotte in een openbare gelegenheid en Elza praat op een volume dat mensen haar wel eens zouden kunnen horen. “Luna had een hele moeilijke ochtend. Ze kwam allemaal leuke vriendjes tegen hier in de straat, hè Luna” “Ze was een beetje van slag vandaag. Marieke gaf haar dochtertje een lolly toen ik op bezoek was gisterenmiddag. En Luna kreeg niets. Dat doet toch iets met zo’n fijngevoeligerd als Luna. Dat werkte vandaag nog steeds een beetje door…”

Een volle agenda maakt het onderhouden houden van vriendschappen tot een uitdaging, of het nou komt door drukte op het werk of het krijgen van kinderen. Je verliest elkaar even uit het oog maar daarna kun je weer op dezelfde voet verder als waar je gebleven was.Maar niet bij de hondenmoeders. Die hebben aan zichzelf en de buitenwereld bewezen dat er een gekte in ze huist. Het is wachten op de dag dat ze zelf om hun waanzin kunnen lachen.

En terwijl Elza haar biologisch dynamisch driegangenmenu voor Luna met me aan het doornemen is, denk ik aan Gerrit. Mijn goudvis, die al vier dagen geen eten meer heeft gehad.