Van de ooit zo bloeiende Maastrichtse keramiekindustrie is nog weinig over. Waar ooit internationaal gevraagd aardewerk werd geproduceerd, bouwt de stad aan de toekomst. De in de jaren negentig verrezen wijk Céramique oogst lof vanwege de architectuur, in en rond Timmerfabriek en Eiffelgebouw moet het gaan bruisen van artistieke initiatieven.

Juist daar, bij de binnenhaven, het Bassin, waar nu twee nieuwe bioscopen verrijzen, runde de familie Regout bijna twee eeuwen geleden een handel in aardewerk, kristal en glas. Door de in 1830 uitgebroken Belgische Opstand bleef Petrus Regout verstoken van invoer, waardoor hij zich gedongen voelde ook fabrikant te worden.

Niet alles wat Regout aanraakte, veranderde in goud. Zijn wapen- en spijkerfabrieken bestonden niet lang. Maar met de producten waar hij vroeger alleen in handelde, groeide hij uit tot een succesvol fabrikant en maakte hij Maastricht tot de eerste industriestad van Nederland. Hij haalde vaklui uit Engeland, Duitsland, Frankrijk en België naar Maastricht, en kocht de beste machines. “Geef mij twaalf man als Regout en wij winnen in ons land de hele industrie terug die door de afscheiding verloren is gegaan”, zei koning Willem II.

Petrus Regout (1801 - 1878)

Zakelijk succes was niet genoeg voor Regout, hij hunkerde ook naar meer maatschappelijke erkenning. De ondernemer nam zitting in de gemeenteraad en de Eerste Kamer, en was vier jaar lang president van de Vereeniging van en voor Nederlansche Industrieelen. Van Vaeshartelt net buiten Maastricht maakte Regout een door alle opsmuk bijna grotesk landgoed. Voor een geschilderd portret poseerde hij met koninklijke grandeur, in gala-uniform. Maar de man die zich graag liet aanspreken als ‘heer van Vaeshartelt’ werd tot zijn grote teleurstelling nooit in de adelstand verheven. Meer dan een “schoorsteenaristocraat” was de pottekeuning in de ogen van de gevestigde orde niet.

Postuum werd zijn reputatie nog bezoedeld door zijn zonen, die hem opvolgden. De oude Regout was een ouderwetse patriarch, uit op winst en tegelijk ook iemand die zijn arbeiders een beetje als familie beschouwde. Arbeids- en leefomstandigheiden waren negentiende-eeuws zwaar – maar niet per se slechter dan elders. Onder zijn kinderen, niets ontziende kapitalisten, veranderde dat. De getuigenis van een van hen, Pierre Regout, tijdens de parlementaire enquête naar kinderarbeid en arbeidsomstandigheden in 1887 zou door de cynische en bikkelharde manier van antwoorden een bijna legendarische status krijgen. Nachtwerk voor kinderen vond hij geen probleem: “Slapen kunnen ze overdag.” En: “Ik weet wel dat de studenten ook wel eens niet naar bed gaan zonder daarom ziek te worden.”

In 1899 besloot het bedrijf niet langer onder de naam van de oprichter te opereren. De onderneming heet voortaan NV De Sphinx. Het mythische wezen figureerde al twee decennia in het beeldmerk van het keramiekbedrijf. Maastrichtenaren spraken met enige ontzag over ’ut groet febrik’ (de grote fabriek). Vlak voor de Eerste Wereldoorlog, de derde generatie Regouts had inmiddels de leiding, was De Sphinx op zijn hoogtepunt, er werkten toen zo’n zevenduizend mensen. Behalve de pottemennekes waren dat – zij het in veel kleinere aantallen – ook modellenmakers en ontwerpers die zorgden voor aantrekkelijk en vaak ook nog artistiek bijzonder keramiek.

In de stad werden ook concurrenten actief. De firma N.A. Bosch hield het midden negentiende eeuw maar dertien jaar vol, de in 1863 opgerichte Société Céramique haalde daarentegen bijna haar

Société Céramique in vol bedrijf.

eeuwfeest, het uit 1883 daterende Mosa bestaat nog steeds. De tegelproducent, met zo’n zeshonderd werknemers de grootste industriële werkgever van Maastricht, leek enkele jaren geleden de weg naar boven weer te hebben gevonden, maar zit opnieuw in een moeilijke periode.

Ook Sphinx, dat zich was gaan specialiseren in sanitair, leek eind twintigste eeuw weer een bedrijf met toekomst. De leiding droomde van een omzet van meer dan een miljard, in rap tempo werden branchegenoten overgenomen. De hoge vlucht werd een vrije val, bij de overnemingen zaten nogal wat miskopen; in 2005 werd het bedrijf zelf overgenomen door het Finse Sanitec.

De daaropvolgende slotakte voor het bijna twee eeuwen bestaande oude bedrijf was kort en dramatisch. In 2008 ging het verzelfstandigde Sphinx Tegels failliet. Een jaar later viel het doek voor Sphinx Sanitair in Maastricht, kort nadat de koningin op industrieterrein Beatrixhaven ‘de modernste sanitairfabriek van Europa’ had geopend. Mogelijk was eigenaar Sanitec vooral uit geweest op het cashen van de 48 miljoen euro die het kreeg voor het monumentale Eiffelgebouw, de oude Sphinx-fabriek in hartje stad, en de omringende complexen.

Wat resteert, is vooral geschiedenis. Alleen bij verzamelaars is Maastrichts aardewerk nog een begrip.