Draaiboeken voor de dood

Wereldwijd sterft elke halve seconde iemand. Een bord zoals we dat kennen van luchthavens, met de vertrektijden van vliegtuigen, hangt bij de ingang van de tentoonstelling (Re)design Death, over het (her)ontwerpen van de dood, als een moodboard over het vertrek van deze planeet, van jezelf of van hen die je lief zijn.

Met de expositie wil Cube design museum in Kerkrade het taboe rond de dood doorbreken. Met zo’n vijftig objecten van internationale vormgevers, kunstenaars en onderzoekers worden in (Re)design Death nieuwe draaiboeken voor sterven en dood aan ons voorgelegd.

Zo is in het thema ‘voorbereiding’ een studie voor een medisch apparaat te zien (en uit te proberen) dat bijna-doodervaringen simuleert, om zo de angst voor het sterven te reduceren. Onder het thema ‘afscheid’ worden verschillende ontwerpen getoond als alternatieven voor cremeren en begraven. Ze zijn niet alleen beter voor het milieu en slim in het kader van het nijpende ruimtetekort op onze planeet, ze zijn zonder uitzondering ook mooier en fijngevoeliger dan het merendeel van onze huidige opties.

Er is veel te zien en leren in (Re)design Death. Het project Sarco, een futuristische doodskist waarmee je jezelf naar het melkwegstelsel lijkt te kunnen lanceren, blijkt een euthanasiecapsule te zijn. Nieuwe applicaties voor de telefoon stellen ons in staat appjes te versturen lang nadat we overleden zijn. En vanuit je urn kun je zichtbaar blijven voor je nabestaanden als een schaduw op de muur.

Er is ook veel weg te slikken, op sommige momenten is de tentoonstelling heftig en confronterend. Voor iedereen zal dat op een ander punt in de rondgang zijn. Een voorbeeld: sinds kort kan men in Nederland een levenloos geboren kindje onafhankelijk van de duur van de zwangerschap laten registreren. En begraven. Daartoe maakte Brigitte Coremans een ontwerpserie van biologisch afbreekbare kistjes, oplopend in formaat. Ze doen denken aan tijdcapsules. De pure vorm en het feit dat de kistjes de omliggende aarde bevruchten, maakt het een subliem ontwerp dat aangeeft hoe design ons bestaan op deze aarde kan verbeteren en het vertrek ervan kan verzachten.

Met (Re)design Death laat Cube design museum hoe belangrijk ontwerpers zijn voor de wereld waarin we leven, en dat de vraag ‘kan het ook anders?’ daarbij allesbepalend is. Juist bij een alledaags thema als de dood – sterven moet immers iedereen – krijgt het belang van kwalitatief hoogstaand design urgentie.

(Re)design Death. Van 11/2 t/m 24/1 in Cube designmuseum in Kerkrade. cubedesignmuseum.nl

Nadia Gonegaï, Portret Urn, 2011.

Vormen van macht

De tweede feministische golf heeft er vijftig jaar over gedaan de kunst te bereiken. Langzaam maar zeker spoelt ze aan. Retrospectieve tentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars beleven een inhaalslag, het MoMA in New York herindeelt de zalen met feminiene inachtneming, her en der breken er vrouwen door in de kunst, vaak worden ze gezien en beoordeeld als de ster die ze zijn.

Over de positie van de vrouw in de kunst in de laatste halve eeuw gaat de tentoonstelling American Women, The Infinite Journey in La Patinoire Royale, de galerie van Valérie Bach in Brussel. Met vijf ruimtes voor exposities en een totaal vloeroppervlak van 3000 m2 is La Patinoire, eind 19e-eeuw gebouwd als rolschaatsbaan, de grootste galerie in stedelijk gebied in Europa.
Curator Marie Jacquier selecteerde 18 Amerikaanse kunstenaressen met in het achterhoofd het leven en werk van Gloria Steinem; schrijfster, activiste en leidster van de tweede feministische golf in de VS. De expositie maakt een balans op van wat kunstenaars hebben bijgedragen aan het voortschrijdend inzicht over seksegelijkheid, vanaf de Vietnamoorlog tot aan het huidige #MeToo-tijdperk. Met de nadrukkelijke toevoeging dat het een eindeloze reis betreft.

Voor de vrouwen in deze tentoonstelling staat kunst gelijk aan vragen stellen. Dat doen ze vaak met hun hele lichaam. Die vragen gaan over de rol van de vrouw, ook als kunstenaars, over solidariteit, consumptief gedrag, en de mogelijkheid een goed kunstenaar te zijn als je kinderen hebt. Uiteindelijk gaan ze vooral over vormen van macht en lopen al die vragen door elkaar heen en in elkaar over.

Zo zijn er van Martha Rosler fotomontages te zien van vrouwen in de huiselijke omgeving bij wie oorlog de woonkamer binnendringt. Cassi Namoda schildert over onafhankelijkheid, met name die van de Afro-Amerikaanse vrouw, Chloe Wise vraagt zich in video’s af of het vrouwelijk lichaam een soort valuta is, en Julie Curtiss stelt met haar gouaches de vraag waarom het zo is dat wat mannen juist mooi vinden aan een vrouwenlichaam, zoals haren en nagels, nou net dat is wat als vies wordt bestempeld als het wordt aangetroffen op de vloer van de woonkamer.

Wat betekent de blik van de ene sekse op de positie van de andere? Bij Macon Reed zien we hoe beelden ons leven beïnvloeden. Haar installatie A Pressing Conference, een zeer Amerikaans spreekgestoelte, geeft bezoekers de kans zich even Donald Trump te wanen. In een video stelt ze de heksenjacht ter discussie door in te zoomen op de jurken die de vrouwen droegen die als heks werden verbrand – als kijker zou je durven zweren dat het geen jurken zijn maar penissen. Om in de cartoonachtige setting van haar werk niet de weg kwijt te raken, moet je leren kijken zonder vooroordeel. Misschien wel het belangrijkst in de eindeloze reis naar seksegelijkheid.

American Women, The Infinite Journey. Van 8/1 t/m 21/3 in La Patinoire Royale / Galerie Valérie Bach in Brussel. prvbgallery.com

Erik-Jan van der Schuur, God en zijn zoon.

Haagse nieuwe

Weiland met koeien, strand met spelende kinderen: de Haagse School is geliefd, maar ook een beetje braaf. Bij Museum Jan Cunen in Oss schudden ze het genre lekker op, door de 19e-eeuwse schilderijen te combineren met kersverse kunst.

Het museum in Oss heeft een aardige collectie Haagse School. De wolkenpartijen, het grijsblauwe licht en de lieflijke polders van J.H. Weissenbruch, H.W. Mesdag, Willem Roelofs en Jozef Israëls: daar kan je weinig op tegen hebben.
Curator Merel van de Nieuwenhof legde losjes verbanden met werk van kunstenaars die nog niet zo lang geleden afstudeerden aan de kunstacademie KABK in Den Haag. ‘Haagse Nieuwe’ Sunna Svavarsdóttir bijvoorbeeld, die in de benedenzaal een wit doek met daarop een flinke berg zout ophing. Een kunstwerk dat je het beste kunt ervaren met je ogen dicht: het gewicht van het zout op je hoofd voelen, de geur ervan ruiken. De link met de oude Hagenezen zit hem in de aandacht voor het alledaagse, het aanspreken van de zintuigen.

De traditioneel ingestelde bezoeker kan zijn hart ophalen aan de nostalgisch ogende landschapjes: de Haagse School-schilders hielden de oprukkende moderniteit (fabrieken, treinen) nét buiten de lijst. Maar die bezoeker staat net zo goed ineens voor het imposante doek God en zijn zoon van Erik-Jan van der Schuur – de enige schilder onder de jonge Hagenezen: donker, indringend, ongemakkelijk.
Verrassend is dat van de Haagse School-schilders ook buitenbeentjes te zien zijn, zoals Matthijs Maris, die de koetjes en kalfjes liet voor wat ze waren en de duistere kanten van het bestaan schilderde. De stervende moeder, verzorgd door haar dochter en verlaten door haar zoon, is eigenlijk niet om aan te zien, maar de combinatie oud-nieuw werkt wél. Van Maris is nog een klein doek te zien, een ‘betoverd’ kasteeltje in een spookachtig landschap. Op de vloer ervóór ligt een verbrand schuimrubber matras van Stella Hyunji Kim, en dat ziet er een stuk beter uit dan het klinkt.

Wie echt uit zijn comfortzone wil komen, mag vijf minuten met een masker op plaatsnemen op een schommel, waardoor je de omgeving niet meer ziet – een werk van Sophia Bulgakova. De kleuren van de lampen er omheen komen nog wél binnen, en hoe: een intense ervaring van pure kleur.

Haagse School x Haagse Nieuwe, van 9/2 t/m 17/5 in Museum Jan Cunen in Oss. museumjancunen.nl

Panamarenko, Brazil, 2004. foto Zuiderlucht

Een radicale romanticus

Dit jaar zou Panamarenko, lievelingskind van de stad Antwerpen, misschien wel van heel kunstminnend Vlaanderen, tachtig zijn geworden. Om het te vieren werd een eretentoonstelling in twee delen georganiseerd: een presentatie bij Campo & Campo en een tentoonstellingsproject in het MuHKA. Daarnaast werkt de stad Antwerpen aan een Panamarenko Route. Samen doen de verschillende invalshoeken recht aan het brede oeuvre van deze kunstenaar.

Zo’n maand voor de aftrap overleed Pana, zoals hij door Antwerpenaren wordt genoemd, dus is er sprake van een postuum eerbetoon. In de voormalige art-deco-bioscoop van Campo & Campo zijn zo’n twintig installaties te zien die de kunstenaar na aan het hart lagen. Ze zijn aangevuld met werken op papier die eerder zelden te zien waren.

Panamarenko’s werk behoort onmiskenbaar tot de kunst, maar wordt vaak omschreven als iets dat daarnaast ligt: het esthetisch rendement van een wetenschappelijk en onbevangen brein. De kunstenaar maakte dan ook niet gewoon sculpturen, hij bedacht projecten en bracht ze bijna letterlijk tot leven. Hij werkte aan uitvindingen als expedities in kunst en creëerde daarmee niet alleen zijn eigen universum maar ook een eigen kunstvorm.

Het Panamarenko Tribute, Around the World in 80 Years toont machinale vogels, vliegende schotels en dito tapijten, schoenen, rugzakken en helmen, en daarmee de levenslange fascinatie van de kunstenaar voor alles wat beweegt en zweeft. Voor ruimte, zwaartekracht en energie. Toch leek Panamarenko niet geïnteresseerd in actuele ontwikkelingen in bijvoorbeeld de luchtvaart. Het ging hem niet om de ontwikkeling van techniek. Zijn werk is eerder een levenslang onderzoek naar hoe de mens kan evolueren naar een betere vorm door te gaan lijken op vogels en insecten.

De zoektocht leverde wonderlijke creaties van pure schoonheid op, en lijkt zich af te zetten tegen de moderne vormen van vooruitgang. Ze verweren zich tegen feiten en wetmatigheden en lijken gericht tegen de rede. Daarmee is Panamarenko vooral een romanticus die in beeldende kunst de ultieme vorm vond om zich radicaal toe te kunnen leggen op intuïtieve invallen en ideeën, op persoonlijke ervaringen die emotie en spontaniteit centraal stellen in verbeelding. En daarmee vierde hij in elk werk de kunst én het leven.

Panamarenko Tribute / Around the World in 80 Years. Van 24/1 t/m 21/3 bij Campo & Campo in Antwerpen. panamarenko.be