Ver van huis

Hendrik van Veldeke en Pierre Cuypers, wie kent ze niet?
Het gebeurt zelden dat culturele erflaters van dit kaliber deel uitmaken van een marketingpakket, nu maken Hasselt, Roermond en Maastricht goede sier met hun beider erfenis. En waarom ook niet. Zowel over de dichter Veldeke als over de architect Cuypers zijn tegelijkertijd mooie biografieën verschenen die ons beeld van de twee en de tijd waarin ze leefden danig heeft opgefrist.
In Zuiderlucht 6 werd Veldeke betiteld als ‘een flexibele grensganger’. In die omschrijving ligt de tragiek besloten van een man die in het Nederlands, Duits en dialect schreef – voor zover die in de twaalfde eeuw te onderscheiden waren. Vanwege dat wonderlijke amalgaam werd hij vele eeuwen later geannexeerd door regionalisten en chauvinisten van allerlei pluimage, vaak met dubieuze motieven. De Belgische mediaevist Jozef D. Janssens geeft er in het boek ‘In de schaduw van de keizer. Hendrik van Veldeke en zijn tijd (1130-1230)’ enkele voorbeelden van.
Net als Veldeke trok Pierre Cuypers zich weinig aan van grenzen. De architect, die in 1865 voor zijn werk van Roermond naar Amsterdam verhuisde, was iemand die vaak en veel onderweg was. Niet altijd tot zijn genoegen overigens. “Het onafgebroken reizen laat mij geen oogenblik rust om het noodigste af te doe”, schreef hij in 1895 aan zijn vrouw Nenny, aldus Ileen Montijn in haar pas verschenen boek ‘Pierre Cuypers, schoonheid als hartstocht’.
Grote kunstenaars zijn vaak rusteloze reizigers. In zijn hoedanigheid als diplomaat van Filips de Goede was ook Jan van Eyck, nog zo’n regionale erflater, vaak van huis. De ervaringen die hij in het buitenland opdeed, maakten van hem een baanbrekend kunstenaar. Veldeke, Cuypers en Van Eyck waren expats in een tijd toen het begrip nog niet bestond.
Dit najaar worden in Zuid-Limburg expats-bijeenkomsten georganiseerd om helder te krijgen waarom jongelingen na hun studie de koffers pakken om elders hun geluk te beproeven. Het problematiseren van deze brain drain door politici en bestuurders heb ik nooit goed begrepen.
Sterker nog. Ik snap de achterblijvers niet. Wat is er dan verkeerd aan weggaan wanneer je weet dat er tal van interessantere plekken op de aarde zijn? Je hoeft niet eens de parabel van de talenten (Mattheus 25, 14-30) bij de hand te hebben om te beseffen dat achterblijvers zelden tot grootse daden komen.
Veldeke, Cuypers en Van Eyck zijn grote namen uit de Limburgse canon. Niet niet te verwarren met de competitie van Grootste Limburger die een regionale tv-zender vorig jaar destilleerde uit e-mails van kijkers, met een Gennepse kruidenier als winnaar tot gevolg.
Juist deze expats, die ver van huis hun roem vergaarden, worden ons lang na hun dood nagedragen als Grote Limburgse Zonen. De ironie van de geschiedenis, ik kan er geen genoeg van krijgen.