Om erachter te komen hoe we in dit heden zijn beland, moeten we terug in de tijd. Waar komen we vandaan? Hoe is het zo gekomen?

In moeilijke tijden hebben we de gewoonte het verleden te bewieroken. De toekomst hoeft dan even niet meer. Het is ‘no future’ alom, net als in de jaren zeventig, toen er ook een economische crisis was met zwartgallige toekomstscenario’s. Jongeren dachten opgeleid te worden voor werkloosheid, ze draaiden punk en sombere new wave. Daarna pakte alles, zoals altijd, anders uit dan voorspeld.

Nu is het niet anders. Het is crisis, de toekomst deugt niet, de jongeren van nu vormen de eerste generatie die het minder zal hebben dan hun ouders. Aldus de voorspellingen, en we weten hoe het daar mee afloopt. Tegelijkertijd maakt het verleden zijn zoveelste come back. Was de Koude Oorlog tot voor kort een periode van angst en onzekerheid, nu zijn het de jaren van ‘toen was geluk nog heel gewoon’, uitdagende tijden van wederopbouw, modernisme, optimisme.

Tentoonstellingsmakers zijn er om ook deze tijdgeest te duiden, dus krijgen we nostalgische exposities te zien als The Fabulous Fifties en Happy Days, allebei in Den Haag, Bond…James Bond in Essen en Playboy Architecture 1953-1979 in NAiM / Bureau Europa in Maastricht. Waar komen we vandaan? Hoe is het zo gekomen?

De expositie over de geschiedenis van Playboy, dat zeker in de eerste decennia geen blote-tietenblad was maar een Zeitgeist- en architectuurtijdschrift, markeert een wat droevig moment voor Maastricht: het vertrek van Guus Beumer. Na zeven jaar gaat de directeur van NAiM / Bureau Europa en Marres terug naar de Randstad. Het waren zeven vette jaren waarin Beumer zich ontpopte als redder én vormgever van beide instellingen. Zijn extraverte, bepaald on-Maastrichtse wijze van optreden zal ons heugen. Om er hier één element uit te lichten: de blik onverstoorbaar op buiten gericht (twee on-Limburgse eigenschappen), was hij zowel een snelle schaker als een gulle gastheer die graag een stap opzij zette om anderen de ruimte te geven. Dat is geen vanzelfsprekendheid in de cultuursector.

We zullen de Beumer-jaren koesteren, maar ze zijn voorbij. Ondanks het heersende eurocynisme (zie de reacties na de Vredesprijs voor de EU) en het oppoetsen van het verleden blijft de toekomst wenken. Zo ook als dit novembernummer van ZL, waarin als vanouds thema’s van vroeger en nu bij elkaar komen. Zo signaleren we een trend onder de jongeren die, murw van de digitale gadgets, gespitst zijn op klassieke vinylplaten en liever met een papieren krant dan met een tablet worden gezien. We publiceren een fotoreeks van de piepjonge fotografe Anneloes Kusters, gemaakt in een Antwerpse kostschool voor meisjes, eh sorry…, dames. U leest hoe nieuwe technologie honderd jaar geleden werd ontvangen, en welke impact die – in dit geval de film – had op het werk van jonge kunstenaars, zoals Louis Paul Boon. Om weer terug te keren naar het hier en nu: wat betekent Spotify voor de geluidskwaliteit van de muziek die we beluisteren?

Verder aandacht voor het laagdrempelige kunstproject Secret Postcards, een strip van Gijs van der Lelij over de oorlogsjaren van de moeder van muzikant Gé Reinders, door hem beschreven in het boek Het zakdoekje. En bij wijze van saluut aan de vertrekkende directeur is er ruim baan voor de Playboy-expositie in Bureau Europa. Dag Guus, later!