Niet alleen zijn fans maar ook de muzikanten met wie hij werkte, hadden soms moeite om Bob Dylan te volgen. “Hij stuurde voortdurend andere kanten op”, zegt kenner Patrick Roefflaer. Hij geeft een cursus van twee avonden als dit voorjaar in Genk tal van activiteiten rond de Amerikaanse bard worden georganiseerd. Door Paul van der Steen

Werken met Bob Dylan in een opnamestudio moet vaak een nachtmerrie zijn geweest. De zanger/gitarist vergat afspraken zo gauw ze gemaakt waren. Liever volgde hij zijn intuïtie. De aanwezige techniek beschouwde Dylan vooral als belemmerend. De werkwijze vanaf de jaren tachtig, waarbij elk instrument afzonderlijk werd opgenomen, en nummers laag voor laag werden opgebouwd, stonden hem niet aan. Hij experimenteerde wel met nieuwe technische snufjes, maar zou het liefst opnemen op vooroorlogse wijze, met z’n allen rond één microfoon. Producers die veel zorg besteedden aan afmixen, moesten accepteren hoe Dylan hun werk te gladjes vond en eigenwijs koos voor onaf klinkende opnames.

“Soms leek het wel of Dylan er alles aan deed om zijn eigen werk te saboteren”, constateert Patrick Roefflaer, een in Genk woonachtige liefhebber, kenner en schrijver van het boek Bob Dylan in de studio. “Al heel vroeg in zijn loopbaan, zei Dylan: “Ik breek geen regels, omdat ik geen regels zie.” Aan dat uitgangspunt heeft hij zich gehouden. Vrijwel nooit koos hij het voor de hand liggende pad. Hij zette meestal heel uiteenlopende muzikanten bij elkaar en deed er vervolgens alles aan om ervoor te zorgen dat ze nooit op hun gemak speelden. Het moest duidelijk zijn dat hij, Bob Dylan, de bus bestuurde.”

En toch beschouwen vrijwel alle mensen die met hem opnamen die sessies als hoogtepunten in hun carrière, merkte Roefflaer in de contacten die hij met hen had voor de samenstelling van zijn boek Bob Dylan in de studio. “Het zal te maken met Dylans faam maar zeker ook met het geniale van de man.”

Roefflaer (Tongeren, 1959) was een jaar of zeventien, toen hij Dylan ontdekte. “Ik zat volop in punk, luisterde naar the Clash en the Sex Pistols. Op een gegeven moment zag ik de documentaire Hard rain. Dylan trad op met een heel grote band, the Rolling Thunder Revue. Hijzelf schreeuwde meer dan dat hij zong. Dat alles met een gedrevenheid en een passie die ik kende van de punk. Kort daarna maakte ik nader kennis met zijn werk zijn lp’s uit die tijd, Blood on the tracks en Desire. Het viel me onmiddellijk op dat die albums, hoewel ze vrij kort na elkaar verschenen, in vrijwel niets op elkaar leken. Dat vond ik boeiend. Vergelijk dat eens met bijvoorbeeld the Ramones bij wie elk nummer zo ongeveer hetzelfde klinkt.”

Het viel in pre-internettijden niet mee om een beeld te krijgen van het volledige oeuvre van Dylan. “Alleen al door alle bootlegs, die in omloop waren, bleek de precieze discografie destijds al lastig te achterhalen. Wat hielp was dat hij in 1978 voor het eerst in Nederland kwam spelen. Muziekkrant OOR maakte bij die gelegenheid een special, waar zo’n beetje zijn hele geschiedenis instond. Daarna ben ik platen en boeken blijven kopen en verzamelde ik ook via de bibliotheek allerlei informatie.”

Roefflaer valt voor het totaalpakket Dylan. “Hoewel het, misschien gek bij het luisteren naar een Nobelprijswinnaar voor de literatuur, begint met de sound. Een liedje moet me pakken. Als dat het geval is, ga ik dieper en duik ik in de teksten.” Niet alles wat Dylan doet, is welgedaan voor Roefflaer. “Met de boodschap op zijn drie meest religieuze platen, Slow train coming, Saved en Shot of love, waarop hij waarschuwt voor de komende Apocalyps, heb ik bijvoorbeeld niet veel.”

Dylans betekenis voor de muziekgeschiedenis valt ondertussen nauwelijks te onderschatten, vindt de Genkse kenner van ’s mans oeuvre. “Hij staat met the Beatles op eenzame hoogte. Die band zette hem er midden jaren zestig toe aan om –tot afgrijzen van een deel van zijn fans– elektrisch te gaan spelen. Op zijn beurt liet hij the Beatles en alle andere artiesten zien dat teksten over meer konden gaan dan Love me do. Ietsje later ging hij nog dieper door zijn inspiratie te zoeken bij Franse schrijvers als Rimbaud. Dat leidde tot teksten die niet per se een lineair verhaal vormden, maar die wel bol stonden van prachtige beeldentaal. Luister bijvoorbeeld maar eens naar de tekst van Mr. tambourine man.”

Dylan in Genk: Expo platenhoezen Dylan, bibliotheek (12 maart-6 mei); Lezing Bob Dylan in de studio door Patrick Roefflaer, C-Mine (14 en 21 maart); Workshop songschrijven door Frank vander Linden (De Mens), C-Mine (18 maart); Film I’m not there, C-Mine (19 maart); Film Pat Garrett & Billy the Kid, C-Mine (26 maart); The man in me, Bob Dylan-sessie met Katia Vlerick, Jan de Smet, Saskia De Coster, Ewout Ceulemans, Patrick Roefflaer en Marc Didden bibliotheek (30 maart), workshop videoclip Villa Basta, bibliotheek (7 april) C-mine-cultuurcentrum.be tickets@genk.be