Bij geslaagde geluidskunst geschiedt een klein wonder: gebrom, gepiep en gebonk maken de ruimte hoorbaar. Een ontmoeting met geluidskunstenaar Paul Devens naar aanleiding van een nieuwe installatie en een symposium in Maastricht. “Het zijn juist de onzuivere tonen die het beste werken.”

door Duncan Liefferink

Zoek naar Paul Devens op Youtube, bekijk een filmpje en je waant je in een lasserij of op een bouwplaats. Neem Testing Ground. In een duister zaaltje scharrelen wat mensen door elkaar. Er klinkt een brom en een hoge piep die eerst nauwelijks opvalt, maar niet meer weggaat als je hem eenmaal hebt gehoord. Dat gaat een tijdje zo door. Is dit muziek? Nauwelijks. Pas als je langer kijkt – of stiekem een paar minuten doorspoelt – zie je dat er heel geleidelijk iets verandert. Het plafond, dat zich eerst op normale zaaltjeshoogte bevindt, zakt langzaam tot vlak boven de hoofden van de mensen. Wat daardoor gebeurt, is op het filmpje niet goed te horen, maar Paul Devens kan het wel vertellen.
“De luidsprekers in het zaaltje staan naar boven gericht. Als het plafond hoog is, vermengt het geluid zich in de ruimte. Als het daalt, wordt het geluid uit de verschillende bronnen steeds meer akoestisch gescheiden en verandert het patroon dat de bezoekers horen. Het wordt ook steeds meer afhankelijk van de plek waar de mensen zich in de ruimte bevinden.” Paul Devens kan meevoelen met bijvoorbeeld componist/geluidskunstenaar John Cage, die een gloeiende hekel had aan opnames van zijn werk omdat ze het ‘live’-element misten. “Maar je moet toch ook zichtbaar blijven, je werk openstellen”, zegt Devens. Het neemt niet weg dat je geluidskunst het beste ter plekke kunt beleven.
De geluidskunst heeft een roerige geschiedenis. Toen de futuristische schilder en componist Luigi Russolo rond 1910 zijn intonarumori, ‘lawaaimachines’, aan het publiek presenteerde, was dat volgens futuristenvoorman Filippo Marinetti zoiets als “het tonen van de eerste stoommachine aan een kudde koeien”. Een mijlpaal was het Philips-paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel, een opzienbarend gebouw van Le Corbusier en Iannis Xenakis met licht, film en een elektronische compositie van Edgard Varèse. Het geluid zwenkte door middel van honderden luidsprekers door de ruimte. Een technisch hoogstandje, maar na afloop van de Expo werd het revolutionaire Gesamtkunstwerk meedogenloos met de grond gelijk gemaakt. Pogingen tot reconstructie zijn tot nu toe op niets uitgelopen.
Techniek was belangrijk in die jaren. De Nederlandse geluidspionier Dick Raaijmakers was een tijdlang verbonden aan het Philips Natlab. Hermann Simon in het televisie-epos Heimat van Edgar Reitz voerde zijn experimenten uit in de geluidsstudio van een Duits bedrijf. Aan de andere kant waren de anarchistische, absurdistische happenings van John Cage en de Fluxus-beweging van grote invloed op de ontwikkeling van de geluidskunst.
“Natuurlijk kun je niet zonder techniek”, zegt Paul Devens. Geboren in Maastricht in 1965 maakt hij deel uit van een nieuwe generatie geluidskunstenaars. “Bij sommige van die oudere stukken speelt de techniek een overheersende rol, maar bij andere zijn ook de beeldende kwaliteiten nog steeds heel sterk. Ik kan uren praten over opnametechnieken en filters, maar daar gaat het niet om. Uiteindelijk is de techniek een middel.”
Een nieuwe installatie van Paul Devens is vanaf begin september te zien bij NAiM / Bureau Europa en Intro in situ in de Wiebengahal schuin tegenover het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Wie daar wel eens is geweest, weet dat op de bovenste verdieping een merkwaardige akoestiek is. Als je aan het ene uiteinde van de ruimte iets fluistert, kun je het aan het andere uiteinde verstaan, maar het geluid van een video verdrinkt in de galm. Devens brengt tegen de bogen van de dakconstructie panelen van akoestisch schuim aan die de galm dempen. Die panelen bewegen in een langzaam ritme langs en over elkaar heen. “Als een soort kamerscherm verhullen en onthullen ze de akoestiek van de ruimte”, aldus Devens. Dit effect wordt vervolgens hoorbaar gemaakt door een serie luidsprekers en microfoons die in een feedback loop hun eigen geluid en het omgevingsgeluid versterken. Als er een zuivere toon dreigt te ontstaan, wordt die onderdrukt. “Het zijn juist de onzuivere tonen die het beste werken”, lacht Devens verontschuldigend.
Devens’ schuivende panelen vormen ook het podium voor een symposium op 29 en 30 oktober. Kopstukken uit de wereld van de geluidskunst geven lezingen en performances. Devens zelf is opgeleid als beeldend kunstenaar, maar er komen ook sonologen, componisten en architecten. De meesten van hen zijn duizendpoten die moeiteloos de ene met de andere discipline combineren.
Goede kunst, zo wil het cliché, verandert je blik op de wereld, al is het maar een heel klein beetje. Misschien moet je je als bezoeker even ergens overheen zetten – aan gebrom, gepiep en gebonk valt bijna niet te ontkomen – maar dan heb je ook wat: een ruimte die je kunt horen.
Geluidkunstenaar Paul Devens op de bovenste verdieping van NAiM / Bureau Europa in Maastricht. foto Perry Schrijvers

Panels – veiled and revealed. A study to the sonic, the spatial and the public. NAiM / Bureau Europa Maastricht, van 12/9 tot 16/1/2011. Symposium en performances op 29 en 30 oktober. Zie www.bureau-europa.nl , www.pauldevens.com en YouTube