C-mine in Genk bestaat vijf jaar en trakteert de gemeenschap op een nieuw kunstwerk. Zodat het aantal bezoekers misschien wel boven een miljoen uit kan komen. “Als we dit waren begonnen vanuit nieuwbouw, was het nooit zo succesvol geweest.”

De stemming bij schepen Anniek Nagels (cultuur) en directeur Veerle Van Bun van cultuurcentrum C-mine is opperbest. Tien jaar geleden was Europscoop de eerste nieuwkomer op de voormalige mijnsite Winterslag. Vijf jaar geleden volgde het cultuurcentrum – een gewaagde stap, op meer dan een kilometer buiten het centrum van de stad.

Twee verjaardagen dus. Vandaar dat Nagels en Van Bun de gemeenschap namens de Stad Genk een groot cadeau kunnen aanbieden: een stalen labyrint van 37,5 meter bij 37,5 meter en vijf meter hoog, ontworpen door Gijs Van Vaerenbergh, een samenwerking van twee architecten/kunstenaars uit Leuven, Pieterjan Gijs en Arnout Van Vaerenbergh.

Het kunstwerk maakt aan alle kanten leep contact met het industriële erfgoed eromheen. Drie ton kostte het cadeau en werd betaald door Genk, een royaal cadeau voor een stad met 65.000 inwoners. “Om te laten zien dat we geloven in C-mine als aanjager van cultuur en economische bedrijvigheid”, zegt Anniek Nagels. Ook al heeft Genk een enorme opdonder gekregen door de sluiting van de Ford-fabriek eind 2014: meer dan 5.000 mensen verloren er hun baan. Om die aderlating te pareren, moest C-mine, net als alle andere gemeentelijke afdelingen, tien procent van hun begroting inleveren.

Desondanks is C-mine in tien jaar tijd een kwaliteitskeurmerk geworden, vindt Van Bun. Voormalig Vlaams bouwmeester Peter Swinnen renoveerde de gebouwen en de technische installaties. De kroon op dat werk was de toekenning van de Vlaamse Monumentenprijs in 2013, aan de gevel hangt nog steeds een banier waarop gepocht wordt met deze prijs. “We zijn er fier op”, zegt Nagels.

Op het voormalige mijncomplex zijn tal van functies samengebracht. Behalve twee podia en een expositieruimte is er een ondergronds belevingsparcours dat eindigt in de lucht: in de top van een van de schachtblokken. Op de site zijn ook de Luca School of Visual Arts gevestigd, cinema Euroscoop, een fitnesscenter, een restaurant, het atelier van keramist Piet Stockmans C-mine Crib, een verzamelgebouw voor startende creatieve bedrijven. Het ontwikkelen van de site kostte 75 miljoen euro, de Stad Genk nam daarvan een derde deel voor haar rekening.

De culturele programmering, waar de stad jaarlijks een miljoen euro in steekt, is één van de pijlers van C-mine. De site, waar in totaal 338 mensen hun brood verdienen, moet een kruisbestuiving vormen tussen alle ‘bewoners’ en tegelijkertijd uitstraling hebben naar de Stad Genk. Het project Volle Bak Vennestraat is daar een mooi voorbeeld van. De multiculturele winkelstraat vlakbij C-mine is opgeknapt én opgeleefd. Sinds kort lopen er gele lijnen vanaf de site om bezoekers ook daadwerkelijk de wijk in te sturen.

Het succes van C-mine komt voor een groot deel door de genius loci, de uitstraling van de plek, daar zijn Nagels en Van Bun het over eens. Van Bun: “Als we dit waren gestart vanuit nieuwbouw, was het nooit zo succesvol geweest. Dit complex is niet neutraal, in elke Genkse familie is wel iemand die hier heeft gewerkt. C-mine wordt gedragen door de gemeenschap. Het laat niemand koud.” “Voor toerisme, educatie, erfgoed en creatieve economie is deze omgeving heel vruchtbaar en inspirerend gebleken. Maar we zijn er nog lang niet”, zegt Anniek Nagels. “Het cultuurcentrum trekt 60.000 bezoekers per jaar, dat kan nog altijd beter.” Waarbij nadrukkelijk wordt gelonkt naar een Nederlands publiek. Dat de site jaarlijks 800.000 bezoekers trekt, komt voor meer dan de helft op conto van Euroscoop.

De Genkse gemeenschap is behalve klein ook jong, zeer multicultureel en niet bijzonder kapitaalkrachtig. “Genk is geen eenvoudige opgave”, zegt Van Bun. Ze doelt vooral op de verschillende hechte gemeenschappen zoals de Griekse, de Italiaanse en de Turkse.

“We steken veel energie om ze naar hier te halen. Om dat voor elkaar te krijgen, benaderen we sleutelfiguren binnen die gemeenschappen.” Ze wijst op successen als Muntagna Nera, muzikaal theater over een Italiaans/Genkse muziekgroep, en Marina, de film over de Genkse mijnwerkerszoon Rocco Granata.

Om de drempel zo laag mogelijk te houden, probeert C-mine in te spelen op dat multiculturele DNA van de stad. Komend jaar is er groot project rond Europalia Turkije en zal C-mine 360 Istanbul, een festival rond hedendaagse populaire Turkse muziek presenteren. Veerle Van Bun: “Tegelijk mikken we in de programmering op jonge makers die inhoudelijk goed zijn, hun nek durven uitsteken en die hun stempel drukken op de Vlaamse cultuurlandschap.”

Intussen laat schepen Anniek Nagels zich niet gek maken door de malheur rond de gesloten Ford-fabriek. “Geef de mensen ook wat tijd om te landen in hun situatie. Tegelijkertijd mogen we niet berusten. Daarom zijn we volop bezig met het stimuleren van creatief ondernemerschap, zoals in C-mine Crib en het nieuwe Thor park op de voormalige mijnsite van Waterschei. Het Nieuwstedelijk, het ensemble waar De Queeste in is opgegaan, heeft een voorstelling over mensen die hun baan zijn kwijtgeraakt: Schroot. Natuurlijk brengen we die komend seizoen in C-mine.”

Boven: Het labyrint van Gijs Van Vaerenbergh tussen de schatgebouwen op C-mine in Genk. Foto: Filip Dujardin