Onder de schrille retoriek van de protesterende professionals uit de kunstensector gloeide afgelopen voorjaar ook een stille belofte. De sector zou zich voortaan meer openstellen en aansluiting zoeken bij de rest van de samenleving. Openheid en dialoog moesten de relatie met het publiek herstellen, kunst en cultuur zouden weer de plek opzoeken waar ze thuishoren: midden in de samenleving.
Amper een half jaar later wordt van dat voornemen nog weinig vernomen. Nog voor Zijlstra zijn bijl aan de wortel van de sector had gezet, hadden individuele instellingen zich al een weg gebaand door het ministerie, al dan niet gesteund door politieke achterkamerdeals. De solidariteit van het Malieveld was verdwenen, het was ieder voor zich en Zijlstra voor ons allen. Deze Haagse reflex is moeiteloos overgenomen in de provincie. Beter gezegd: ook hier was het weer business as usual. Toen de nieuwe cultuurgedeputeerde Noël Lebens eind september in de Groote Sociëteit in Maastricht zijn eerste kennismaking met ‘het veld’ had, vond dat als vanouds plaats achter gesloten deuren. En toen de kwartiermakers van Maastricht Culturele Hoofdstad 2018 afgelopen najaar ideeën gingen collecteren voor het bidbook, gebeurde dat in alle beslotenheid met de usual suspects van de cultuurinstellingen. Alsof buiten die kringen nooit iemand een idee heeft.
Terwijl er genoeg reden is voor nederigheid en herbezinning...